Voorafgaand aan Market Garden

Bron: Wikipedia.org

Veldmaarschalk B. Montgomery

Operation Market Garden is de benaming van een groot gecombineerd lucht- en grond-offensief (Market, resp. Garden) van de geallieerden in september 1944. Voor Nederland was het een van de belangrijkste operaties in de Tweede Wereldoorlog, bedoeld om de oorlog voor de naderende winter 1944-1945 te beëindigen.
Het grootschalige aanvalsplan, afkomstig van de Britse veldmaarschalk Sir Bernard Law Montgomery, ging de geschiedenis, voor een groot deel, in als een militair echec.

Op deze website worden afzonderlijk zowel de operatie Market, als de operatie Garden beschreven.
Om enigszins inzicht te hebben waarom de uiterst hachelijke onderneming Market Garden uitliep op een mislukking, met name bij Arnhem, is het noodzakelijk de belangrijkste gebeurtenissen te kennen, die voorafgingen aan deze gecombineerde luchtlandings- en grondoperatie.

Operatie Overlord/invasie in Normandië

Nadat op 6 juni 1944, onder de codenaam Operatie Overlord, de invasie in het Franse Normandië door de westerse geallieerden was ingezet, werd een begin gemaakt met de feitelijke bevrijding van West Europa. Deze eerste dag van Overlord werd aangeduid met D-day, een term die vaak wordt geassocieerd met de hele operatie. De operatie startte met luchtlandingen en een massale amfibische aanval op de stranden van Normandië. Diverse operaties werden ondernomen om het bruggenhoofd te behouden en uit te breiden en tijdens Operatie Cobra braken de geallieerden definitief door de Duitse linies. Toen de Duitsers in de val kwamen bij Falaise, was de strijd in geallieerd voordeel beslist. De weg naar Parijs lag open en de Franse hoofdstad aan de Seine werd ingenomen. Men beschouwt over het algemeen de bevrijding van Parijs als het einde van Operatie Overlord.

Antwerpen

Ook na de val van Parijs ging de opmars van de geallieerden in rap tempo door. Zo slaagde de tanks van de Britse Elfde Pantserdivisie, onder leiding van generaal George Phillip Roberts, tussen eind augustus en de eerste septemberdagen van 1944 in vijf dagen ruim vierhonderd kilometer af te leggen. Op 4 september werd mede door hulp van de Belgische ondergrondse Antwerpen binnengevallen en veroverd. Anderhalf etmaal later was ook de Antwerpse haven vrijwel ongeschonden in handen van de bevrijders en gezuiverd van de overrompelde vijand. Hoewel dit een van de grootste veroveringen uit de oorlog was, werd tegelijk mogelijk ook een van de grootste tactische vergissingen van de oorlog begaan. Door de situatie volledig te benutten hadden ook bruggenhoofden aan de andere kant van het Albertkanaal veroverd moeten worden en 30 kilometer verderop de smalle verbinding van het Zeeuwse schiereiland Zuid-Beverland geblokkeerd kunnen worden. Dit met een tweeledig doel:

  • In het uiterste zuidwesten van Nederland bevond zich op dat moment namelijk het 15de leger, onder leiding van de Duitse generaal Von Zangen. Het betrof een strijdmacht van ruim 80.000 man die de Duitse Veldmaarschalk Karl Rudolf Gerd von Rundstedt bitter hard nodig had. Op 16 september werd dit gehavende onderdeel teruggetrokken over Zuid Beverland naar Noord Brabant en vormde daarmee een hinderpaal voor operatie Market Garden. Deze voor de Duitsers zo belangrijke herverdeling had dus voorkomen kunnen worden.
  • De toegang tot de Antwerpse haven de Schelde bleef voor de Geallieerden onbruikbaar, omdat verzuimd werd de vitale noordelijke oever van de Schelde te zuiveren van Duitse troepen. De grote slag om de Schelde vond pas enkele weken na Market Garden plaats. Hiermee bleef de hele logistieke aanvoer voor de Geallieerden een nijpend probleem, mede omdat andere Kanaalhavens (Duinkerken, Calais, Bologne, Le Havre, Brest, Lorient en St. Nazaire) nog steeds onder controle van de Duitsers waren.

Logistiek

Foto: De Amerikaanse generaal Eisenhower (Bron: Wikipedia)

Dit laatste, het ontbreken van goede aanvoerhavens, betekende een logistieke operatie zonder weerga. Zowel onderhoud (de tanks en andere voertuigen waren zolang afgejakkerd dat ze het meer en meer begonnen te begeven), als brandstof (de legers van de Amerikaans opperbevelhebber generaal Dwight David Eisenhower hadden ruwweg zo’n viermiljoen liter brandstof nodig en kregen daar slechts een fractie van) waren een probleem voor de voortgang van de opmars.
Eisenhowers staf had gedacht dat er een slordige elf maanden nodig zouden zijn om de Duitse grens bij Aken te bereiken. Begin september, toen tankcolonnes de Duitse grens naderden, liep het tijdschema bijna zeven maanden voor. De logistieke chaos die hierdoor voor iedereen ontstond werd een schier onoplosbaar probleem.

Eisenhower en Montgomery

Op het punt hoe de route van de militaire bevrijding er verder uit zou moeten zien stond de Amerikaanse opperbevelhebber lijnrecht tegenover de Britse veldmaarschalk Bernard Law Montgomery. Monty, zoals de veldmaarschalk ook wel kort genoemd werd, wilde doorstoten met een aanvalsplan richting de Rijn en van daaruit het Ruhrgebied veroveren en doorwalsen naar Berlijn.

Ansichtkaarten - Tweede wereldoorlog - General Dwight D. Eisenhower en Sir Bernhard L. Montgomery

Foto: De beide hoofdrolspelers van Operation Market Garden General Dwight D. Eisenhower (links) en Sir Bernhard L. Montgomery (rechts) (Bron: Catawiki)

Daartoe beoogde hij om met een te vormen corridor noordelijker door te breken met het Tweede Britse Leger onder leiding van generaal Miles Christopher Dempsey. Hierdoor zou om de Westwall getrokken en vervolgens naar het Ruhrgebied. Eisenhower had een geheel andere strategie voor ogen, namelijk via een breed front. Het Derde Amerikaanse Leger onder leiding van generaal George S. Patton rukte meer oostwaarts op, namelijk ten zuiden van de Ardennen naar Metz en het Saargebied. Het bereiken van een uniforme visie werd overigens ook bemoeilijkt door het feit dat Eisenhower en Montgomery totaal verschillende persoonlijkheden waren, die meermalen botsten met elkaar.
Eisenhower kwam hiermee in een grote spagaat. Enerzijds zou dit een welkome uitdaging zijn voor de reeds te lang op non-actief staande Amerikaanse, Britse en Poolse luchtlandingsdivisies betekenen. Anderzijds zou dit betekenen dat aan de succesvolle opmars van het Derde Amerikaanse leger van Patton bevoorrading onthouden zou moeten worden.

Duitse herverdelingen

De inval in Normandië en de snelle opmars van de Geallieerden hadden in de zomer van 1944 diepe wonden gesplagen aan Duitse zijde, zoals 300.000 gesneuvelde, gewonde of vermiste militairen, waaronder twee veldmaarschalken en ruim 20 generaals. Daarnaast werden 200.000 man omsingeld (o.m. havens en de Kanaaleilanden) en waren 53 Duitse divisies vernietigd. Er waren nog 48 “papieren” divisies, vijftien pantserdivisies en vier brigades (met vrijwel geen tanks) over. De gevechtskracht kwam overeen met de halve sterkte van de Geallieerden. De staf van de Opperbevelhebber van het Westelijk Front, Veldmaarschalk Karl Rudolf Gerd von Rundstedt, schatte daarenboven de sterkte van de Geallieerden ook nog eens te sterk in, namelijk 60 in plaats van de 49 werkelijk aanwezige divisies.

De – voor de Duitsers – desastreuze ontwikkelingen werden uiteraard nauwlettend gevolgd en geanalyseerd. Strategieën werden opgezet en weer gewijzigd waar dit noodzakelijk geacht werd. Niet alleen de veroveringen door de Amerikanen, Britten en Canadezen bepaalden de Duitse inzichten, ook de afgenomen vitaliteit van de eigen Duitse strijdmacht heeft hier een groot stempel op gezet. Begin september vond namelijk een zeer opvallende terugtrekking plaats van de Duitse bezetter. Er ontstond een euforische stemming in Nederland, mede omdat radio Oranje “geheel onjuist” op 4 september berichtte dat Breda bevrijd was. De euforie ging de geschiedenis is als de Dolle Dinsdag.

Bij de genoemde verovering van Antwerpen op 4 september was de inschatting van de Duitse veldmaarschalk Walter Model dat de Britten, onder leiding van Montgomery, vast en zeker zouden oprukken over de noordelijke oever van de Schelde om die te zuiveren en binnen korte tijd het hele schiereiland Zuid-Beverland in handen te krijgen. Daarbij zou het genoemde 15de Leger ingesloten en aangevallen kunnen worden. Ook Von Rundstedt was geïntrigeerd door het feit dat deze opmars na 36 uur tot stilstand gekomen was. Hij kon niet anders dan concluderen dat de Britten verder gesprongen waren dan hun polsstok lang was en dat de achtervolging gestrand was. Dit betekende dat de noodzakelijke aanvoerlijn tot de Antwerpse haven afgesneden zou blijven en door de Geallieerden kostbare tijd verschaft werd aan de Duitsers om het Westelijk Front te stabiliseren en reorganiseren. Het overplaatsen van het 15de Leger van Zeeland naar Noord Brabant werd op 16 september (een dag voor het begin van Market Garden) als een van de eerste acties ondernomen.

Operatie Comet

In de weken, voorafgaand aan Market Garden, zijn wel zo’n zestien plannen voor luchtlandingsoperaties in de steigers gezet. Die werden telkens afgeblazen door weersomstandigheden of omdat ze reeds achterhaald waren door de snelle opmars van de Geallieerden. Een van de bekendste was operatie Comet. Hierbij zouden alleen de Eerste Britse Luchtlandingsdivisie en de Poolse Eerste Parachutistenbrigade – anderhalve divisie – worden ingezet (dus zonder Amerikanen). Het Britse Tweede Leger zou zich tegelijkertijd tussen de Duitse 7de en 15de Legers in moeten werpen. Naast het weer speelde daarbij op 10 september ook de bezorgdheid over de, toch weer toenemende, Duitse tegenstand een rol om tot uitstel over te gaan. Zo waren meerdere acties afgeblazen, hetgeen tot verwarring en onduidelijkheid leidde. Voor Eisenhower was het grote probleem ook dat de voor de luchtlandingsoperaties in te zetten vliegtuigen geen brandstof naar het front konden vervoeren. Bij de generaals Omar N. Bradley (Amerikaanse Twaalfde Legergroep) en Patton leverde dit een storm van kritiek. Hun opmars werd hiermee direct belemmerd.

Het compromis

Montgomery heeft alles uit de kast gehaald om Eisenhower te overtuigen van de noodzaak van Market Garden. Zijn laatste troef daarbij was de recente ontwikkeling van de mogelijkheid van een Duitse raketaanval op Londen vanaf Nederlands grondgebied. Eisenhower ging akkoord met de grootschalige luchtlandingsoperatie, maar gaf niet toe aan het vervolg (de “afslag” naar het Ruhrgebied en vervolgens Berlijn om op die wijze de oorlog te beëindigen). Montgomery moest genoegen nemen met een door hem genoemde “halve maatregel”. 

Generaal Frederick “Boy” Browning (Bron: Pinterest)

Montgomery presenteerde vervolgens op 10 september het plan Market Garden – waarbij de brug bij Arnhem inbegrepen was – aan Luitenant-generaal Frederik A.M. Browning. Deze commandant (één van de oudste voorstanders van luchtlandingsoperaties) van het 1e Britse Luchtlandingskorps, sprak zijn reserve uit dat dit bruggenhoofd over de Rijn weleens een brug te ver zou kunnen gaan worden. Ondanks Brownings’ inzicht werd dit initiatief toch doorgedrukt. Op 11 september liet Montgomery weten dat hij eerst de bevoorrading op orde wilde hebben. Daarom zou zijn inziens pas op 23 september gestart kunnen worden. Hij kreeg het echter voor elkaar dat hij al zijn benodigde voorraden zou krijgen, hetgeen ten koste moest gaan van logistieke bewegingen voor andere legers.

Het negeren van rapporten van de ondergrondse

Tien dagen voor het begin van Market Garden, op 7 september, is Prins Bernard, als bevelhebber van de Nederlandse Strijdkrachten, nog naar het hoofdkwartier van Montgomery in het Belgische Laken afgereisd. Daar heeft hij getracht rapporten van de ondergrondse te bespreken. Montgomery echter liet hem niet uitspreken toen hij informatie wilde geven over Duitse tegenstand. De vaststaande feiten hierover werden in de wind geslagen en daarmee grotendeels genegeerd. Zo was het verzet op de hoogte dat onder leiding van generaal Wilhelm Bittrich restanten van de 2de SS-Pantserkorps – de divisies 9de SS Hohenstaufen en 10de Frundberg – op de Veluwe en in de Achterhoek gestationeerd waren.