Toespraak Gerrit Staal bij de introductie van het Airborne Beer

Ook van mijn kant wil ik u van harte welkom heten op deze presentatie van het Airborne Beer; vertegenwoordigers van Airborne Museum, de Stichting Lest we Forget, de pers, familieleden, het is een heel gezelschap. Fijn dat u aanwezig bent. Dit welkom heten doe ik niet alleen namens mijzelf, maar ook namens de heer Arie Visser uit Gouda, die voor het ontwerp gezorgd heeft, en namens de heer Aart van der Linde, directeur van de Friese Bierbrouwerij in Bolsward, die helaas verhinderd is hier aanwezig te zijn.
Airborne Beer, wat bezielt een particulier om dit bier op de markt te brengen? Is het niet ongepast om 55 jaar na de verschrikkelijke Slag om Arnhem met een herdenkingsbier te komen? Is het een ordinaire manier van zelfverrijking of van zelfoverschatting door met een Fries bier de Gelderse markt te veroveren?

Herdenkingen, en nu spreek ik in het algemeen, herdenkingen hebben thema’s en gebeurtenissen nodig om de aandacht van de mensen te vestigen op dingen die in het verleden zijn gebeurd. Producten kunnen daarbij ondersteunend werken.
In het afgelopen half jaar dat ik met het Airborne Beer bezig ben geweest heb ik alom enthousiaste reacties ontvangen. Dit stimuleerde mij om door te gaan.
De kranten, dag- en weekbladen hebben ruim aandacht besteed aan het Airborne Beer; 9 stuks, niet alleen in Gelderland, maar ook in Friesland en binnenkort in Zuid Holland.
Wat de geldstromen betreft: van iedere verkochte fles Airborne Beer wordt fl 1,= afgedragen aan de Stichting Lest we forget en ik ben blij dat de Stichting Lest we forget sympathie heeft betuigd met dit verkoopproject en dat een vertegenwoordiging van het bestuur aanwezig is.

Ik ben van mening dat het product Airborne Beer een juiste aanvulling is op het reeds bestaande product Airborne Wine, dat de heer Boersma zojuist al even noemde; niet in de laatste plaats vanwege de smaakeigenschappen. Wijn kennen we immers als een wrang product en bier is immers bitter.
Wrang en bitter waren ook de gebeurtenissen tijdens de Slag om Arnhem, zowel voor militairen als de burgers. Burgers die deze omgeving moesten verlaten tijdens de gevechten. Zo ook de toenmalige familie Staal aan de Patrimoniumweg te Heelsum.
Terwijl mijn grootvader als dwangarbeider in Duitsland verbleef werd de rest van de familie geëvacueerd en uiteindelijk in Friesland ondergebracht in een dorpje op haast steenworp afstand van Bolsward, waar nu, 55 jaar later, het Airborne Beer vandaan komt.
De eerste kennismaking met de herdenkingen was de Airborne Wandeltocht, die ik als vijfjarig jongetje voor het eerst meegelopen heb. Inmiddels heb ik aan dit ‘s werelds grootste dagwandelevenement bijna 30 keer meegedaan en ik kan mij voorstellen dat één van de aanwezigen hierover zegt: “Dit is fantastisch, dit is een stuk van mijn leven” in de film “50 jaar Airborne Wandeltochten, een hele afstand”.
Later zijn daar de luchtlandingen bijgekomen en nog later de contacten met de veteranen. Deze contacten hebben diepe indruk gemaakt op mij. Graag wil ik uit een tweetal brieven een gedeelte voorlezen. Het betreft brieven van Mr. John Battley uit Edlesborough, veteraan van het Royal Army Medical Corps, geland op 17 september 1944 bij Heelsum met parachute. Deze man heeft het 50 jaar emotioneel niet aangekund om terug te keren naar de gemeente Renkum. In 1994 is hij voor het eerst teruggeweest, maar vanwege de massaliteit nauwelijks aan het herdenken toegekomen en is daarom in 1995 nogmaals geweest. Ik zie de mensen van Lest we forget bevestigend reageren.:
“I shall not be coming this year [1996]. The 50th commemoration in 1994 I found very confusing; there were so many people everywhere, so much going on. So I came back in 1995, and this was much more satisfactory. I was able to think clearly, remember all my old comrades who died, one by one, and say good-bye to them. I was able to come tot terms with it all.”

En dan de volgende brief:

“Incidentally, last year, with the help of my host I found the very field I landed on at 2:20 pm in that sunny Sunday afternoon, and talked to the farmer, whose father was there in 1944 [nabij de huidige weg Veentjesbrug te Heelsum].
At any rate it was kind of you to write, and thank you for mentioning the article.En dan besluit hij zijn brief met: “Arnhem, after so many years is a generator of much emotion. And I’ve been able to get in touch with two of my comrades. Yours sincerely, Remembrances John Battley”.
(zie bijgaande brieven)

Meneer Verlinden, wij kennen elkaar niet of nauwelijks. Ik ken u alleen een beetje uit de kranten. Toch hebben we elkaar één keer ontmoet. Vorig jaar na de dropping op 19 september zat ik met een veteraan (Mr. Ron Etherington, veteraan van het 2nd South Staphardshire Regiment, geland op 18 september 1944 met zweefvliegtuig bij Wolfheze) en zijn kennissen – mijn broer was daar ook bij – te lunchen in restaurant het Wolvenbosch, toen u het restaurant verliet. Ik zei “dag meneer Verlinden”, u kwam terug en vroeg de veteraan: “Are you one of the veterans?”. Etherington antwoordde met zijn koude humor: “They say, I am one of them!” (ze zeggen dat ik er één van ben).

Ik wil nu graag overgaan tot de overhandiging van de fles Airborne Beer.